ECLI:NL:CRVB:2010:BM3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij verzoek vergoeding rechtsbijstand
Appellante heeft in bezwaar haar moeder rechtsbijstand verleend en verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten. De rechtbank had haar verzoek afgewezen en de Raad bevestigde dit in een eerdere uitspraak. Bij nader onderzoek stelde de Raad vast dat appellante geen belanghebbende is bij het bestreden besluit en dat de wet alleen vergoeding toekent aan belanghebbenden.
Appellante stelde dat haar rechtsbijstand als door een derde beroepsmatig verleend moest worden beschouwd, maar de Raad oordeelde dat dit niet het geval was. Omdat appellante op eigen titel vergoeding vraagt en geen ander belang heeft, kan zij het met het hoger beroep beoogde doel niet bereiken.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door mr. H.C.P. Venema op 24 maart 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang van appellante.