ECLI:NL:CRVB:2010:BM3529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van het WW-dagloon en de toepassing van nabetalingen buiten het refertejaar
Betrokkene was werkzaam als Allround Field Engineer bij een werkgever en kreeg na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst een WW-uitkering toegekend, berekend op basis van het dagloon in het refertejaar van 1 december 2004 tot en met 30 november 2005. Een nabetaling van € 2.304,67, bestaande uit vergoedingen voor waakdienst, telefoonkosten, reiskosten, gebruik eigen voertuig en verblijfkosten, werd door het UWV buiten beschouwing gelaten omdat deze na het refertejaar was gedaan.
De rechtbank Almelo oordeelde dat deze nabetaling wel moest worden betrokken bij het dagloon, omdat deze volgens de rechtbank verdiend was in het refertejaar en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen niet van toepassing mocht zijn indien dit in strijd was met hogere wetgeving. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de nabetaling loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen is en bevestigde dat het dagloon moet worden vastgesteld op basis van het loon waarover de werkgever aangifte heeft gedaan binnen het refertejaar. De Raad verwierp de interpretatie van de rechtbank dat het Besluit buiten toepassing moest blijven en stelde dat de nabetaling buiten het refertejaar terecht niet is meegenomen.
Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank Almelo vernietigd.