ECLI:NL:CRVB:2010:BM3537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging bijzondere bijstand en voorbereidingsperiode zelfstandige
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor sportschoolkosten op medische indicatie. Het Dagelijks Bestuur kende een vergoeding toe van maximaal €80 per kwartaal en beëindigde de bijstand per 1 januari 2007 vanwege voldoende eigen middelen. Tevens werd de bijstand tijdens de voorbereidingsperiode als zelfstandige beëindigd omdat appellant geen algemene bijstand meer ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de hoogte van de vergoeding en de beëindiging van de voorbereidingsperiode. De Raad oordeelde dat het Dagelijks Bestuur bevoegd is de vergoeding te normeren op basis van de goedkoopst mogelijke adequate voorziening en dat er geen medische noodzaak was voor vergoeding van de door appellant bezochte sportschool.
Verder stelde de Raad vast dat het recht op bijstand tijdens de voorbereidingsperiode alleen geldt voor personen die algemene bijstand ontvangen. Aangezien appellant vanaf 1 januari 2007 geen algemene bijstand meer had, verviel dit recht. De Raad bevestigde daarom het besluit tot beëindiging van de bijstand en wees het hoger beroep af.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit in aanwezigheid van de voorzitter en leden van de kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van bijzondere bijstand en voorbereidingsperiode bevestigd.