ECLI:NL:CRVB:2010:BM3686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen Wajong-uitkering toe te kennen, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25% per 31 december 2005. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de gebruikte functies onjuist zijn vanwege opleidingseisen. De Raad overwoog dat de FML de beperkingen adequaat weergeeft, waarbij rekening is gehouden met haar bloedziekte, vermoeidheid, psychische klachten, en urenbeperkingen. De aanvullende medische informatie ondersteunde geen verdere beperkingen.
Het UWV heeft voldoende aangetoond dat appellante met de geselecteerde functies, waaronder teamondersteuner, het minimumloon kon verdienen. Appellante voldoet aan de opleidingseis van MAVO-diploma voor deze functie. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.