ECLI:NL:CRVB:2010:BM3690

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5803 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening beroepschrift in WAO-zaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage in een WAO-zaak. Het beroepschrift werd echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De uitspraak van de rechtbank was op 2 september 2009 aan partijen toegezonden, waarna het beroepschrift pas op 22 oktober 2009 bij de griffie werd ontvangen, wat te laat is.

De gemachtigde van appellante gaf aan dat de termijnoverschrijding het gevolg was van een fout in de kantooragenda. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze fout voor rekening en risico van appellante komt en dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

De Raad overwoog verder dat er geen gronden aanwezig zijn voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die in bijzondere gevallen een termijnoverschrijding zou kunnen toestaan. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010 door rechter M. Greebe.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

09/5803 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 september 2009, 08/9321 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 7 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R. Koelman, advocaat te Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2010, waar van de zijde van appellante, met voorafgaande kennisgeving, niemand is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Volgens artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
1.2. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van toezending van een afschrift aan partijen bekend is gemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
1.3. Het hoger beroep is gericht tegen een door de rechtbank op 2 september 2009 tussen partijen gegeven uitspraak. Deze uitspraak is op dezelfde dag aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 22 oktober 2009 ter griffie ontvangen. Het is blijkens het poststempel op de enveloppe op 20 oktober 2009 ter post bezorgd.
1.4. Op grond van vorenstaande gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
2.1. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2. Desgevraagd heeft de gemachtigde van appellante bij schrijven van 2 november 2009 te kennen gegeven dat de termijn is overschreden doordat in de kantooragenda een verkeerde datum was vermeld.
2.3. Een dergelijke fout komt naar het oordeel van de Raad voor rekening en risico van appellante en dit brengt de Raad tot de conclusie dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
3. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2010.
(get.) M. Greebe.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR