ECLI:NL:CRVB:2010:BM3883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste vaststelling beperkingen
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De bezwaarverzekeringsarts heeft een uitgebreid lichamelijk onderzoek verricht en een klinisch psycholoog ingeschakeld. De Raad oordeelt dat de arts terecht geen aanleiding zag om meer beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op te nemen, mede omdat de psychische klachten als niet ernstig en verbeterd door therapie werden beoordeeld.
Verder concludeert de Raad dat de voorgehouden functies medisch geschikt zijn voor appellant. Er is geen reden om een deskundige in te schakelen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.