ECLI:NL:CRVB:2010:BM3885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding zonder schending vertrouwensbeginsel
Appellante stelde in hoger beroep dat haar bezwaar tegen het besluit van 9 juli 2007 ontvankelijk had moeten worden verklaard, omdat haar zoon tijdens haar vakantie telefonisch een toezegging had gekregen dat met het indienen van het bezwaar gewacht kon worden tot haar terugkeer. De rechtbank had echter geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en het beroep op het vertrouwensbeginsel en artikel 6 EVRM Pro verworpen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bestuursorganen niet kunnen afwijken van de wettelijke bezwaartermijn, tenzij binnen die termijn een gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt. Hoewel het telefoongesprek binnen de termijn plaatsvond, kon niet worden aangenomen dat een ontvankelijkheid van een na termijn ingediend bezwaar was toegezegd. De mededeling van de medewerker van het UWV was te vaag en gaf geen rechtens te honoreren verwachting.
De Raad bevestigde dat appellante haar handelen niet had afgestemd op onjuiste voorlichting en dat het niet verschoonbaar achten van de termijnoverschrijding geen schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.