ECLI:NL:CRVB:2010:BM3901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering bij uren- en nachtarbeidsbeperking
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 17 mei 2006 te beëindigen, waarbij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80% werd vastgesteld. Na eerdere vernietiging door de rechtbank wegens onvoldoende medisch onderzoek, stelde het UWV een nieuw besluit op basis van een aangepast Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin een beperking tot 20 uur werken per week en geen nachtarbeid werd opgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelde dat zij niet in staat was om te werken binnen de vastgestelde werktijden en dat haar arbeidsongeschiktheidspercentage op basis van de functie van archiefmedewerker moest worden berekend.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een verdere beperking van werktijden dan de reeds gehanteerde 20 uur per week en nachtarbeid. Ook werd geoordeeld dat incidenteel werken na 20.00 uur, zoals in enkele functies vereist, van appellante gevergd kon worden. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 65 tot 80% met een urenbeperking van 20 uur per week en nachtarbeidsbeperking.