ECLI:NL:CRVB:2010:BM4263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die een uitkering ontving op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van meubels, huishoudelijke apparatuur en gordijnen na een woninginbraak en executoriale verkoop van zijn woning.
Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de kosten waren gemaakt voordat de aanvraag werd ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door zijn invaliditeit en onwetendheid over de procedure in een slechte financiële positie verkeerde en dat hij door onjuiste informatie van de gemeente was misleid. Tevens stelde hij een schuld aan een vriend te hebben die hij had gebruikt om zijn woning in te richten.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het onmogelijk was om eerder informatie in te winnen of de aanvraag te doen. Ook was geen sprake van onjuiste informatie door het College. De schuld aan de vriend werd niet als bijzondere omstandigheid erkend vanwege onvoldoende bewijs.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.