ECLI:NL:CRVB:2010:BM4283

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2495 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling

Appellant, werkzaam als postbesteller, kreeg sinds 1996 een WAO-uitkering toegekend wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. In 2007 herzag het UWV zijn uitkering op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35-45%, later bij bezwaar verhoogd naar 45-55%.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege zijn psychische klachten niet in staat was loonvormende arbeid te verrichten en onvoldoende kon re-integreren, met name omdat de aanvaarde maximale werktijd van dertig uur per week zijn beperkingen onvoldoende weerspiegelde.

De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het besluit deugdelijk is, waarbij verzekeringsartsen en een psychiater de beperkingen bevestigden, waaronder concentratieproblemen en energietekort. De arbeidsdeskundige rapporten onderbouwden dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren bij de mogelijkheden van appellant.

De Raad zag geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit, waarbij geen proceskostenvergoeding werd toegekend.

Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.

Uitspraak

09/2495 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 24 maart 2009, 08/936 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 12 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Dijk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.M. Kuppens.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant is werkzaam geweest als postbesteller voor 38 uur per week. In 1995 heeft hij psychische klachten gekregen. Vanaf 24 september 1996 is hem een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend. Deze werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
1.2. In 2007 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant herbeoordeeld. Op grond van de uitkomsten van medisch en arbeidskundig onderzoek - waarvan een deskundigenonderzoek onder verantwoordelijkheid van psychiater mr. drs. J. Groenendijk deel uitmaakte - heeft het Uwv bij besluit van 3 oktober 2007 de uitkering met ingang van 4 december 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Bij besluit van dezelfde datum heeft het Uwv de ten aanzien van appellant opgestelde re-integratievisie aan hem toegezonden.
1.3. Het tegen deze besluiten door appellant gemaakte bezwaar heeft geleid tot bijstelling van het maatmanloon en tevens tot een wijziging van het eerder berekende verlies aan verdiencapaciteit. Bij besluit op bezwaar van 14 februari 2008 is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant met ingang van 4 december 2007 alsnog herzien naar de klasse van 45 tot 55%; het bezwaar tegen de re-integratievisie is daarbij ongegrond verklaard.
2. Tegen laatstgenoemd besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant beroep ingesteld, waarbij hij heeft aangegeven het niet eens te zijn met de medische beoordeling en niet in staat te zijn om te re-integreren. De rechtbank heeft daarop geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag en dat appellant
de werkzaamheden behorende bij de in aanmerking genomen functies moet kunnen verrichten. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv er daarom terecht vanuit is gegaan dat appellant kon re-integreren.
3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij zich, vanwege zijn psychische klachten, niet in staat acht om loonvormende arbeid te verrichten en hierdoor ook niet kan re-integreren. In het bijzonder heeft hij erop gewezen dat de aanvaarde urenbeperking van maximaal dertig uur werken per week onvoldoende tegemoet komt aan hetgeen in het deskundigenadvies is verwoord, namelijk dat hij “evident beperkt [is] in zijn energie, zijn concentratie en het verdelen van de aandacht”.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1.1. Met betrekking tot de herziening van de WAO-uitkering ziet de Raad, evenals de rechtbank, geen reden om te twijfelen aan de medische grondslag van het bestreden besluit. In de primaire fase hebben de verzekeringsarts in opleiding en de stafverzekeringsarts blijkens hun rapportage de bevindingen als vermeld in het psychiatrisch deskundigenrapport gevolgd en bij hun beoordeling in aanmerking genomen. Zij hebben, ook in relatie met die bevindingen, een aanzienlijk aantal beperkingen aanvaard met betrekking tot het persoonlijk en sociaal functioneren van appellant, onder meer voor: concentreren, verdelen van de aandacht, verrichten van organisatorische taken, werken met veelvuldige storingen en onderbrekingen, en omgaan met conflicten of emotionele problemen. Daarnaast is aangenomen dat appellant vanwege energetische beperking ten hoogste dertig uur per week (zes uur per dag) kan werken. Bezwaarverzekeringsarts B.C. Bockwinkel heeft in de bezwaarfase, naar het oordeel van de Raad deugdelijk, toegelicht waarom er uit verzekeringsgeneeskundig oogpunt geen reden is voor het aannemen van verdergaande beperkingen. Appellant heeft daarna in beroep en hoger beroep geen medische informatie overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zijn belastbaarheid per 4 december 2007 onjuist is vastgesteld.
4.1.2. De berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage is in de bezwaarfase gebaseerd op de functies van keukenassistent (Sbc-code 372050), sjouwer (Sbc-code 111250) en huishoudelijk medewerker (Sbc-code 111333). De Raad ziet geen reden om deze functies voor appellant te zwaar te achten. Met de rapporten van arbeidsdeskundige H.G. Hamer en bezwaararbeidsdeskundige J.C.M. Horeman is in voldoende mate inzichtelijk gemaakt dat de belasting van deze functies in overeenstemming is met de functionele mogelijkheden van appellant.
4.2. Gelet op hetgeen onder 4.1 is overwogen, onderschrijft de Raad het oordeel van de rechtbank dat het Uwv er terecht vanuit is gegaan dat appellant in staat was om te
re-integreren.
4.3. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010.
(get.) H. Bolt.
(get.) M. Mostert.
JL