ECLI:NL:CRVB:2010:BM4515

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-52 WAO + 09-53 WAO + 09-2420 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 6:18 AwbArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake haar WAO-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV meerdere besluiten op bezwaar, waarvan het laatste besluit van 16 december 2009 geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente en proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet veroordeeld kon worden tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Tevens wees de Raad op eerdere jurisprudentie betreffende de wijze van renteberekening.

Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 322,- voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De Raad benadrukte dat het griffierecht in hoger beroep door het UWV dient te worden vergoed en dat appellante zich voor vergoeding van het betaalde griffierecht tot het UWV kan wenden.

Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten met toestemming van partijen, waarna de uitspraak in het openbaar werd gedaan.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten na tegemoetkoming aan bezwaren en intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

09/52 WAO + 09/53 WAO + 09/2420 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 25 november 2008, 07/4135 en 07/7917 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 12 mei 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S. Broens, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het Uwv op 27 april 2009 een nader besluit op bezwaar genomen. Het nieuwe besluit is onder toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij het hoger beroep betrokken en bij de Raad geregistreerd onder nummer 09/2420 WAO.
Bij besluit van 16 december 2009 heeft het Uwv wederom een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Bij brief van 11 februari 2010 heeft mr. Broens namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en de wettelijke rente.
Het Uwv heeft bij brief van 15 april 2010 de Raad bericht geen gebruik te maken van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met het nieuwe besluit van 16 december 2009 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente zoals in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 322,-.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010.
(get.) H. Bolt.
(get.) A.L. de Gier.
TM