ECLI:NL:CRVB:2010:BM4543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering scholing in re-integratietraject na intrekking WAO-uitkering
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2007 besloot het UWV de WAO-uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot onder 15%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen de re-integratievisie van het UWV, waarin werd gesteld dat scholing niet noodzakelijk was en een traject zonder scholing passend werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit over de re-integratievisie ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV redelijk had gehandeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische en pijnklachten haar verhinderen functies te vervullen, dat scholing noodzakelijk is vanwege gebrek aan opleiding en taalproblemen, en dat de re-integratievisie onvoldoende concreet is.
De Raad overwoog dat het UWV op redelijke gronden tot het besluit was gekomen, mede gelet op de onaantastbaarheid van de intrekking van de WAO-uitkering. De beperkte beheersing van de Nederlandse taal vormt geen belemmering voor de functies die appellante kan vervullen. De re-integratievisie is voldoende concreet en kan nader worden uitgewerkt in een plan van aanpak.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van scholing in het re-integratietraject na intrekking van de WAO-uitkering.