ECLI:NL:CRVB:2010:BM4920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde kinderbijslag en niet-opleggen boete wegens niet tijdig melden wijziging
Appellante kreeg kinderbijslag voor haar dochter toegekend, welke de Sociale Verzekeringsbank (Svb) op 3 februari 2006 herzag met ingang van 23 maart 2003, omdat zij vanaf die datum in Engeland werkte en niet meer verzekerd was onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Appellante maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het in rechte vaststaat en de Svb onverschuldigd betaalde kinderbijslag mag terugvorderen.
De Svb vorderde vervolgens de onverschuldigde kinderbijslag terug en legde een boete op wegens het niet tijdig melden van de wijziging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op kinderbijslag omdat zij in Nederland verbleef en dat misbruik was gemaakt van haar identiteitspapieren.
De Raad stelde vast dat de boete niet gehandhaafd werd door de Svb, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak voor zover de boete betreft vernietigd werden. De terugvordering werd bevestigd omdat geen dringende redenen waren om daarvan af te zien. De Raad bepaalde tevens dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellante moet vergoeden.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde kinderbijslag wordt bevestigd, de boete van €209 wordt vernietigd en het griffierecht wordt vergoed.