ECLI:NL:CRVB:2010:BM5827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij aanvullende beurs
Appellant verzocht bij brief van maart 2006 om het inkomen van zijn vader buiten beschouwing te laten bij de berekening van zijn aanvullende beurs. De Minister vroeg nadere bewijsstukken, die niet werden aangeleverd, waarna het verzoek in december 2006 werd afgewezen. De moeder van appellant maakte bezwaar tegen het niet verder in behandeling nemen van dit verzoek, maar dit bezwaar werd in april 2008 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond en oordeelde dat de stelling dat appellant het primaire besluit niet had ontvangen onvoldoende was om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. In hoger beroep werden dezelfde gronden aangevoerd, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier T.J. van der Torn, op 21 mei 2010.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.