ECLI:NL:CRVB:2010:BM5865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing heropening WAO-uitkering wegens nieuwe ziekteoorzaak reumatische klachten
Appellante, voormalig parttime schoonmaakster, had een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die per 21 april 2003 werd beëindigd. Vanaf 2 mei 2005 meldde zij zich ziek met reumatische klachten en ontving zij ziekengeld op grond van de Ziektewet. Zij verzocht om heropening van haar WAO-uitkering met een verkorte wachttijd, stellende dat er geen sprake was van een nieuwe ziekteoorzaak.
Het UWV wees dit verzoek af omdat de arbeidsongeschiktheid in 2005 volgens medisch onderzoek voortkwam uit een andere ziekteoorzaak dan de eerdere. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad stelde vast dat de bewijslast rust op het UWV om het ontbreken van een oorzakelijk verband aan te tonen, wat overtuigend is gebeurd.
Er was geen medische onderbouwing van appellante die twijfel kon zaaien over het oordeel dat de reumatische klachten een nieuw aspect vormen. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn voor de procedure. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.