ECLI:NL:CRVB:2010:BM5903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van beëindiging nabestaanden- en halfwezenuitkering
Appellante ontving een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar partner in 1997. De Sociale verzekeringsbank (Svb) beëindigde deze uitkeringen in 2005 omdat het jongste kind van appellante de leeftijd van 18 jaar had bereikt.
Appellante verzocht herhaaldelijk om hervatting van de uitkeringen, maar deze verzoeken werden afgewezen. Haar bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde haar beroep eveneens niet-ontvankelijk. In hoger beroep voerde appellante aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Svb stelde zich in een nieuw besluit op het standpunt dat het eerdere besluit rechtsgeldig was en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die recht op uitkering konden doen ontstaan. De Raad oordeelde dat het beroep ongegrond was omdat de Svb terecht weigerde terug te komen op het besluit, aangezien geen sprake was van een onmiskenbaar onjuist besluit of fout van de Svb.
De Raad bevestigde dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk had verklaard en dat het besluit van 26 augustus 2008, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, stand kon houden. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot beëindiging van de uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.