ECLI:NL:CRVB:2010:BM5967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA-uitkering wegens onjuiste rechtsgevolgen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 24 augustus 2007 waarin een WGA-uitkering werd toegekend. Dit bezwaar werd bij besluit van 14 januari 2008 ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure verklaarde het UWV het bezwaar alsnog gegrond bij besluit van 3 juni 2008 vanwege gewijzigde resterende verdiencapaciteit en het niet bekendmaken van de inkomenseis.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 14 januari 2008, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit grotendeels in stand, behalve de resterende verdiencapaciteit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen deels in stand heeft gelaten, omdat het UWV het besluit van 14 januari 2008 niet heeft gehandhaafd.
De medische en arbeidskundige grondslagen waarop het UWV zijn besluiten baseerde, worden door de Raad bevestigd. Appellant heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor verdergaande beperkingen. Het hoger beroep wordt afgewezen, maar de vernietiging van het besluit van 14 januari 2008 wordt uitgebreid, en het bezwaar tegen het besluit van 24 augustus 2007 wordt alsnog gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van 14 januari 2008 wordt volledig vernietigd en het bezwaar tegen het besluit van 24 augustus 2007 wordt alsnog gegrond verklaard.