ECLI:NL:CRVB:2010:BM5968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerd verblijf in buitenland
Appellante maakte bezwaar tegen de korting van 20% op haar AOW-pensioen, omdat zij volgens eigen zeggen in de periode van 1970 tot 1983 verzekerd was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had echter vastgesteld dat appellante in die tijd in het buitenland verbleef en niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat appellante in België en Spanje woonde en werkte, waardoor zij niet onder de Nederlandse AOW viel.
In hoger beroep overwoog de Raad dat de door appellante overgelegde verklaring dat zij in Spanje geen ingezetene was, niet betekent dat zij in Nederland woonde. De Raad sloot zich aan bij de rechtbank en bevestigde dat appellante in de genoemde perioden niet verzekerd was voor de AOW. Ook de periode vanaf 2000 tot 2003 werd als niet-verzekerd erkend, waarbij werd opgemerkt dat appellante zich tot de Svb kan wenden voor vrijwillige verzekering.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit, waarmee de korting op het AOW-pensioen gehandhaafd blijft. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting op het AOW-pensioen wordt bevestigd.