ECLI:NL:CRVB:2010:BM6322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens medische geschiktheid voor resterende functies
Appellant vroeg op 26 november 2007 een Wajong-uitkering aan. Eerder was een AAW-uitkering geweigerd omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Hordijk werd vastgesteld dat appellant sinds 1986 gehoorverlies had, maar geschikt was voor resterende functies. Het Uwv weigerde de Wajong-uitkering op 28 januari 2008 en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit gegrond vanwege het niet horen van appellant, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. In hoger beroep stelde appellant dat de ziekte al in 1986 bestond en progressief was.
De Raad oordeelde dat de aanspraak op de Wajong-uitkering volgens de destijds geldende AAW-voorschriften moest worden beoordeeld. De toetsing door de rechtbank aan artikel 4:6 Awb Pro was niet juist omdat een eerdere periode van arbeidsongeschiktheid niet was betrokken. Desondanks bevestigde de Raad de rechtsgevolgen van het besluit omdat de medische grondslag juist was en appellant geschikt was voor de resterende functies. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en laat de rechtsgevolgen van het geweigerde Wajong-uitkeringsbesluit in stand.