ECLI:NL:CRVB:2010:BM6579

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1590 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant, die sinds februari 2006 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, vroeg in oktober 2007 een WIA-uitkering aan. Het UWV besloot hem geen uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was tot twijfel over de medische beperkingen.

In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege lichamelijke en psychische klachten en verzocht om inschakeling van een psychiater. Het UWV reageerde met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts waarin werd gesteld dat geen nieuwe medische gegevens waren aangeleverd en dat de psychische problematiek niet was onderschat.

De Raad overwoog dat er geen aanwijzingen waren om te twijfelen aan de medische grondslag van het besluit en dat appellant zijn standpunt niet met nieuwe medische gegevens had onderbouwd. Ook zag de Raad geen reden om een nader medisch onderzoek te gelasten. De arbeidskundige beoordeling van het UWV werd onderschreven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

09/1590 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 26 februari 2009, 08/1051 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.A. de Boer, advocaat te Sneek, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd heeft appellant een medisch rapport overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2010. Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen T. Vallinga.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant, laatstelijk voltijds werkzaam als algemeen medewerker, is op 6 februari 2006 uitgevallen met psychische klachten. Op 22 oktober 2007 heeft hij een uitkering ingevolge de Wet WIA aangevraagd.
1.2. Bij besluit op bezwaar van 16 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 22 januari 2008, inhoudend dat aan hem per 4 februari 2008 geen uitkering ingevolge de Wet WIA toekomt omdat hij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
2.1. De rechtbank heeft het beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard, onder overweging dat het medisch onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat de beschikbare medische gegevens geen aanknopingspunten bieden voor twijfel aan de juistheid van de medische beperkingen, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 28 november 2007. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen. Inzake de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd waarom de belasting in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de belastbaarheid van appellant niet te boven gaat. Nu het verlies aan verdiencapaciteit 0% bedraagt en er alleen recht op een WIA-uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van tenminste 35%, is aan appellant per 4 februari 2008 terecht geen uitkering toegekend, aldus de rechtbank.
3.1. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij vanwege zijn lichamelijke en psychische klachten en beperkingen volledig arbeidsongeschikt is. De Raad is - subsidiair - verzocht een psychiater als deskundige in te schakelen.
3.2. Het Uwv heeft daarop gereageerd met een rapport van bezwaarverzekeringsarts T. Miedema van 16 april 2009, inhoudende dat in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens naar voren zijn gebracht en dat de psychische problematiek van appellant door het Uwv niet is onderschat. De bezwaarverzekeringsarts heeft daarbij in aanmerking genomen, dat de (externe) verzekeringsarts A.C. Bosma-Fioole in haar in het kader van de Wet Werk en Bijstand uitgebrachte rapport van 17 november 2008 heeft aangegeven zich te kunnen verenigen met de door de verzekeringsarts van het Uwv vastgestelde beperkingen.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. De Raad ziet, evenmin als de rechtbank, aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit en verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank hierover. Appellant heeft zijn standpunt dat hij in lichamelijk en psychisch opzicht meer beperkt en daardoor volledig arbeidsongeschikt is in hoger beroep niet met (nieuwe) medische gegevens onderbouwd. Aan de eigen, niet met medische gegevens onderbouwde, mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand kan de Raad niet dat gewicht toekennen dat appellant daaraan gehecht wil zien. In dit oordeel ligt besloten dat de Raad ook geen aanknopingspunten ziet tot het doen instellen van een nader medisch onderzoek door een psychiater.
4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank betreffende de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
4.3. Het hiervoor onder 4.1 en 4.2 overwogene leidt de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2010.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) T.J. van der Torn.
EF