ECLI:NL:CRVB:2010:BM6940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die vanwege lichamelijke klachten na twee auto-ongelukken niet meer als magazijnmedewerker kon werken, verzocht om een WIA-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering per 28 januari 2008, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens hun berekening minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat er onvoldoende reden was om te twijfelen aan het verzekeringsgeneeskundige oordeel van het Uwv. De aanvullende informatie van een GZ-psycholoog betrof een latere datum en was in lijn met eerdere bevindingen van een psychiater die de beperkingen van appellant onder stresserende omstandigheden bevestigden.
De Raad stelde vast dat het Uwv de geschiktheid van appellant voor de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voldoende had aangetoond. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.