ECLI:NL:CRVB:2010:BM7224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor woninginrichting en vervanging van duurzame gebruiksgoederen nadat hij na een periode van dakloosheid een nieuwe huurwoning betrok. Het Dagelijks Bestuur wees de aanvraag af omdat deze kosten volgens vaste rechtspraak tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en in principe uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
Appellant stelde dat zijn situatie bijzondere omstandigheden bevatte, zoals het verlies van zijn inboedel, het zwervend bestaan en extra kosten door het ontbreken van kookfaciliteiten, waardoor hij niet kon reserveren voor de inrichting. De Raad oordeelde echter dat de WW-uitkering van appellant niet lager was dan de toepasselijke bijstandsnorm en dat schulden en betalingsverplichtingen geen bijzondere omstandigheden vormen.
De Raad concludeerde dat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB en dat het beroep daarom niet slaagde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.