ECLI:NL:CRVB:2010:BM7252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige
Appellant ontving sinds november 2001 een WAO-uitkering, die in november 2003 werd geschorst na een onderzoek naar mogelijke inkomsten uit arbeid. Het UWV stelde vast dat appellant als zelfstandige in meerdere ondernemingen werkte en inkomsten ontving die niet waren gemeld.
Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank wegens procedurele tekortkomingen, verklaarde het UWV het bezwaar in 2008 opnieuw ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2009 en stelde dat appellant niet buiten staat was zijn ondernemingen te leiden, ondanks faillissementen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege psychische klachten niet kon werken en dat zijn broer de bedrijven leidde. De Raad oordeelde dat de verklaringen tijdens het opsporingsonderzoek en getuigenverklaringen voldoende aannemelijk maken dat appellant wel werkzaamheden verrichtte. Medische gegevens ondersteunen niet dat appellant arbeidsongeschikt was.
De Raad bevestigde dat de berekening van het UWV van de inkomsten en de toepassing van artikel 44 WAO Pro correct waren, evenals de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd.