ECLI:NL:CRVB:2010:BM7284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, die sinds 1999 vanwege rugklachten niet meer werkte, kreeg in 2000 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend. In 2008 herzag het UWV deze uitkering naar 15-25% op basis van knie- en rugklachten, waarbij een theoretische verdiencapaciteit van 23,6% werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de voor appellant geduide functies medisch geschikt waren. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende diepgaand was, dat het UWV de ernst van zijn klachten onderschatte en dat er een urenbeperking geïndiceerd was.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig was, uitgevoerd door een verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts die ook informatie van de behandelend sector betrokken. Er waren geen aanwijzingen dat beperkingen waren onderschat, noch dat zwaardere beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst hadden moeten worden opgenomen. De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de geduide functies geschikt waren.
Daarom werd het hoger beroep van appellant afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden om een onafhankelijke deskundige te benoemen of om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.