ECLI:NL:CRVB:2010:BM7351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en leeftijdsdiscriminatie in Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
Appellant, werkzaam als cliëntadviseur/teammanager, viel in 2002 uit wegens oververmoeidheid en slaapapneusyndroom. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%, later verhoogd tot 80-100%. Na bezwaar en een vernietiging van het besluit door de rechtbank, stelde het UWV een nieuw besluit vast op 23 april 2007 met dezelfde medische grondslag.
Appellant voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts zich baseerde op informatie van een brief die betrekking had op een andere patiënt en dat de beperkingen door het slaapapneusyndroom werden onderschat. Ook stelde hij dat de pensioenpremie onjuist was meegenomen in de berekening van het maatmaninkomen en dat de herbeoordeling discriminatoir was vanwege leeftijdsverschillen.
De Raad stelde vast dat de medische beoordeling adequaat was en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde voldoende dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. De berekening van het maatmaninkomen bevatte een kleine fout, maar wijzigde de arbeidsongeschiktheidsklasse niet. De Raad oordeelde dat het onderscheid in leeftijdsgrenzen objectief gerechtvaardigd is en geen verboden leeftijdsdiscriminatie oplevert.
De Raad bevestigde het besluit van 23 april 2007 en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 april 2007 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.