ECLI:NL:CRVB:2010:BM7354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en proceskostenveroordeling
Appellant, voormalig verkoper, viel in 1999 uit wegens psychische en vermoeidheidsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na verschillende medische onderzoeken en herbeoordelingen werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55%. Appellant verzocht het UWV om terug te komen op eerdere besluiten, wat werd geweigerd met het argument dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten van 6 december 2007 en 21 februari 2008 ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist over het bestreden besluit van 6 december 2007 en geen proceskostenveroordeling had uitgesproken. Tevens betoogde hij dat er wel nieuwe medische gegevens waren die volledige arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht weigerde terug te komen op het eerdere besluit omdat de nieuwe medische gegevens geen nieuwe feiten vormden in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De Raad bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was. De Raad vernietigde het besluit van 6 december 2007 wegens het ontbreken van een beslissing en verordonneerde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 6 december 2007 wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; de beoordeling van arbeidsongeschiktheid op 45-55% wordt bevestigd.