ECLI:NL:CRVB:2010:BM7581

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-7128 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bezwaar tegen toekenning loongerelateerde WGA-uitkering

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat hem een loongerelateerde WGA-uitkering toekent met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 70%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.

In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege zijn slechte gezondheid volledig arbeidsongeschikt is en bracht hij medische informatie van zijn huisarts en specialisten in. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze medische stukken geen nieuwe gezichtspunten bevatten ten opzichte van de eerdere procedure en dat zij niet zien op de relevante datum van 4 december 2007.

De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat appellant, uitgaande van de juiste beperkingen, in staat moet worden geacht de werkzaamheden te verrichten die bij de betrokken functies horen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat appellant recht heeft op een 70% loongerelateerde WGA-uitkering en in staat is werkzaamheden te verrichten.

Uitspraak

08/7128 WIA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 november 2008, 08/1871 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 april 2010. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 17 december 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant vanaf 4 december 2007 recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), te weten een loongerelateerde WGA-uitkering. De mate van zijn arbeidsongeschiktheid bedraagt volgens het Uwv 70%.
1.2. Bij besluit van 12 maart 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen het besluit van 17 december 2007 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het onderzoek van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts voldoende en zorgvuldig was. Appellant heeft geen medische stukken in geding gebracht op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan de juistheid van het medisch oordeel van de verzekeringsartsen. De geduide functies vallen naar het oordeel van de rechtbank binnen de belastbaarheid van appellant.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege zijn slechte gezondheid niet kan werken. Appellant acht zichzelf volledig arbeidsongeschikt. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft appellant informatie van zijn huisarts, van de behandelend cardioloog en de maag-darm-lever arts in geding gebracht.
4.1. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd met betrekking tot de medische kant van de zaak bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De in hoger beroep overgelegde medische informatie leidt niet tot een andere conclusie. De Raad wijst er in dit verband op dat deze informatie, zoals daaruit valt op te maken, niet ziet op de datum in geding, 4 december 2007.
4.2. De Raad verenigt zich eveneens met het oordeel van de rechtbank dat, uitgaande van de juistheid van de voor hem in aanmerking genomen beperkingen, appellant per de datum in geding in staat moet worden geacht de werkzaamheden te verrichten die behoren bij de bij de schatting betrokken functies.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2010.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M. Mostert.
KR