ECLI:NL:CRVB:2010:BM7593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1994 zijn werkzaamheden wegens klachten had gestaakt, ontving een WAO-uitkering die in 2008 werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV als zorgvuldig en juist beoordeelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen, waaronder artrose en psychische klachten, zwaarder waren dan vastgesteld en dat de geduide functies niet geschikt waren. Ook stelde hij dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden. Het UWV reageerde met een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige.
De Raad overwoog dat het medisch oordeel van het UWV betrouwbaar is, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts appellant had geobserveerd en beschikte over een uitgebreid medisch dossier. Er waren geen aanwijzingen voor ernstiger klachten dan vastgesteld. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als actueel en passend voor appellant beschouwd.
De Raad zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en concludeerde dat de geduide functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende is onderbouwd.