ECLI:NL:CRVB:2010:BM7694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd beëindigd per 12 maart 2006 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na verzoek tot heropening wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid per 13 augustus 2006, concludeerden verzekeringsartsen dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen voortkomend uit dezelfde oorzaak.
Het UWV handhaafde het besluit tot intrekking van de uitkering per 11 september 2006. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar psychische en fysieke klachten waren toegenomen. De bezwaarverzekeringsarts oordeelde echter dat de gestelde toename niet medisch objectief was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens in hoger beroep en kon niet aannemelijk maken dat het standpunt van het UWV onzorgvuldig of onjuist was. De Raad acht de rapporten van de verzekeringsartsen voldoende om het besluit te dragen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.