ECLI:NL:CRVB:2010:BM8093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking en gezagsverhouding
De zaak betreft een geschil over de kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen betrokkene en een belastingadviseur, [J.], die werkzaamheden verrichtte binnen de onderneming van betrokkene. De Belastingdienst stelde dat [J.] in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond, wat leidde tot correctienota’s van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de premiejaren 2002 tot en met 2005.
Betrokkene voerde aan dat geen sprake was van een gezagsverhouding, mede omdat [J.] ook een eigen adviespraktijk had en op uurbasis factureerde. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, stellende dat er sprake was van gelijkwaardigheid en geen gezagsverhouding.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de werkzaamheden van [J.] volledig waren ingebed in de bedrijfsvoering van betrokkene, inclusief het gebruik van het beconnummer en de personele en technische infrastructuur. Ondanks de zelfstandigheid van [J.] kon betrokkene aanwijzingen geven die [J.] moest opvolgen, wat duidt op een gezagsverhouding.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en bevestigde dat de correctienota’s terecht waren opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de correctienota’s blijven gehandhaafd.