ECLI:NL:CRVB:2010:BM8097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekerde tijdvakken AOW-pensioen na verhuizing naar Spanje en WAO-uitkering
Appellant, geboren in 1941, werkte vanaf 1965 in Nederland en ontving vanaf 1974 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat varieerde van 80-100% naar 35-45%. In juli 1980 verhuisde hij naar Spanje. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een AOW-pensioen toe van 66% van het volledige pensioen, gebaseerd op verzekerde perioden van 1965 tot 1981 en van 1987 tot 2004.
Appellant maakte bezwaar omdat hij ook over 2004 tot 2006 verzekerd was. De Svb stelde vast dat hij inderdaad verzekerd was van 1965 tot 1980 en van 1989 tot 2006, wat leidde tot een ongewijzigd pensioen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens vermeend gebrek aan procesbelang, maar de Raad oordeelde dat dit onterecht was vanwege onduidelijkheden over het verzekerde tijdvak 2004-2006 en onvoldoende reactiemogelijkheid voor appellant.
De Raad bevestigde dat appellant onvoorwaardelijk verzekerd was in 2004-2006 en dat hij vanaf zijn verhuizing in 1980 niet verplicht verzekerd was vanwege zijn arbeidsongeschiktheid onder 45%, maar vanaf 1989 weer wel. De brief van het GAK over verzekering voor de Ziekenfondswet betrof niet de volksverzekeringen. De Raad verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.