ECLI:NL:CRVB:2010:BM8160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening intrekking nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante had een nabestaandenuitkering die per 30 april 2001 werd ingetrokken omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde zonder verzorging van een hulpbehoevende. De Svb handhaafde dit besluit na bezwaar en beroep. In een strafrechtelijke procedure werd appellante vrijgesproken van het opzettelijk verstrekken van valse gegevens.
Appellante verzocht daarop de Svb om herziening van het intrekkingsbesluit. De Svb wees dit verzoek af en de rechtbank bevestigde dit, waarbij werd geoordeeld dat het arrest van het Hof geen aanleiding gaf om terug te komen op het besluit. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het arrest weliswaar een nieuw gegeven is, maar geen nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad stelde vast dat de bewijsmiddelen waarop de Svb haar besluit baseerde, waaronder getuigenverklaringen, niet als onjuist of leugenachtig waren beoordeeld door het Hof. De Raad concludeerde dat de Svb terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de nabestaandenuitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.