ECLI:NL:CRVB:2010:BM8429

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3152 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens ontbreken omschrijving besluit

Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Uwv, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet voldeed aan de vereiste dat het bezwaarschrift een omschrijving van het besluit moet bevatten. De rechtbank bevestigde dit oordeel nadat appellant geen gebruik had gemaakt van de gelegenheid om dit te herstellen.

In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven en het bezwaar eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Tijdens de zitting bleek dat appellant vooral zijn onvrede wilde uiten over de bejegening door het Uwv, niet tegen een specifiek besluit.

Het Uwv bood aan de kwestie via een klachtenambassadeur te laten onderzoeken om de onvrede weg te nemen. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van de niet-ontvankelijkverklaring en bevestigde de aangevallen uitspraak.

Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

Uitspraak

09/3152 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 29 april 2009, 08/2088 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 18 juni 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2010. Appellant is verschenen, vergezeld door zijn dochter. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M. van Leeuwen.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant heeft bij brief van 19 november 2008 bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uwv van 12 november 2008, waarbij het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet ingaan op de vraag tegen welk besluit het bezwaar is gericht. Deze brief heeft het Uwv doorgezonden aan de rechtbank ter verdere behandeling als beroepschrift.
2.1. Het geding spitst zich toe op de vraag of dit besluit in rechte stand kan houden.
2.2. De rechtbank heeft deze vraag bevestigend beantwoord en heeft hieromtrent overwogen dat bij brief van 13 oktober 2008 het Uwv appellant in de gelegenheid heeft gesteld binnen vier weken na dagtekening een afschrift van het besluit danwel een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is in te sturen. Appellant is daarbij gewezen op de mogelijkheid dat het bezwaar niet-ontvankelijk zou worden verklaard indien hij geen gebruik zou maken van de vermelde termijn om dit verzuim te herstellen. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
2.3. De rechtbank heeft als haar oordeel gegeven dat appellant hiermee niet voldaan heeft aan de in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde vereiste dat een bezwaarschrift tenminste een omschrijving moet bevatten van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.
3. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en maakt dit tot het zijne.
4.1 Terzijde merkt de Raad op dat ter zitting naar voren is gekomen dat appellant niet zozeer bezwaar tegen een specifiek besluit van het Uwv heeft, maar dat hij gehoor wil krijgen voor zijn jarenlange onvrede over de bejegening van het Uwv naar hem toe.
4.2. Ter zitting van de Raad is van de zijde van het Uwv aangeboden een en ander voor te leggen aan de zogenoemde klachtenambassadeur binnen het bedrijf om middels een gesprek met appellant te onderzoeken of wat van die onvrede weggenomen kan worden.
5.1. Het hoger beroep slaagt niet.
5.2. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M.A. van Amerongen.
CVG