ECLI:NL:CRVB:2010:BM8541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag voor urenbeperking
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep tegen het bestreden besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het UWV had de WAO-uitkering van appellante herzien van 45-55% naar 35-45%, maar na bezwaar werd dit ongewijzigd vastgesteld op 45-55%.
Appellante stelde dat haar fysieke klachten door Repetitive Strain Injury (RSI) onverminderd aanwezig zijn en dat een werkweek van 30 uur het maximaal haalbare is. Ter onderbouwing bracht zij medische verklaringen in van haar huisarts en revalidatiearts, en verwees zij naar een E213-formulier van een Belgische arts.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende objectieve medische gegevens zijn die een urenbeperking rechtvaardigen. Zowel de primaire verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts constateerden geen wijzigingen in de klachten die een beperking tot 30 uur per week ondersteunen. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens onderschreven. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde vaststelling van de WAO-uitkering op 45-55%.