ECLI:NL:CRVB:2010:BM8631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische en arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen besluit tot herziening van zijn WAO-uitkering van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onder meer vanwege een niet door een verzekeringsarts uitgevoerd medisch onderzoek, maar vond dat dit gebrek was hersteld door een bezwaarverzekeringsarts. Tevens werd geoordeeld dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om verdergaande beperkingen aan te tonen.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit niet zorgvuldig was genomen en dat hij psychisch en fysiek zwaarder beperkt was dan aangenomen. Ook betwistte hij zijn opleidingsniveau en de wijze van aanzegging van geduide functies. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV het bezwaar gegrond verklaard en de uitkering herzien naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts voldoende was en dat het bezwaar gegrond was, waardoor het eerdere besluit vernietigd moest worden. De arbeidskundige grondslag van het nieuwe besluit werd als juist beoordeeld, evenals het vastgestelde opleidingsniveau en de aanzegging van de functies. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en vergoedde het betaalde griffierecht aan appellant. Hiermee werd het beroep deels gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd.
Uitkomst: Het eerdere besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard, waarbij de uitkering wordt vastgesteld op 55-65% arbeidsongeschiktheid.