ECLI:NL:CRVB:2010:BM8971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Geen WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking bij re-integratieovereenkomst
Betrokkene sloot met Randstad een overeenkomst in het kader van een re-integratietraject, waarbij hij deelnam aan begeleidings- en bemiddelingsactiviteiten met als doel uitstroom naar betaalde arbeid. Gedurende de looptijd van de overeenkomst verrichtte betrokkene geen werkzaamheden.
Na afloop van de overeenkomst vroeg betrokkene een WW-uitkering aan, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd afgewezen omdat betrokkene niet als werknemer in de zin van de WW werd beschouwd. De rechtbank stelde betrokkene echter wel in het gelijk, stellende dat de overeenkomst een verplichting tot persoonlijk arbeid verrichten inhield.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat de overeenkomst niet gericht was op het verrichten van arbeid, maar op het deelnemen aan re-integratieactiviteiten. De Raad benadrukte dat de verplichting tot persoonlijk arbeid verrichten ontbrak en dat de oproepen tot werkzaamheden slechts een middel waren om re-integratie te bevorderen. Hierdoor was er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking en geen recht op WW-uitkering.
De Raad verklaarde het beroep van het UWV gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Betrokkene heeft geen recht op WW-uitkering omdat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond.