ECLI:NL:CRVB:2010:BM9152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College ontdekte dat zij een bankrekening in Marokko had, die niet was gemeld. Het College verzocht haar om bewijs van de rekening en bankafschriften te overleggen en zette de bijstand tijdelijk stop. Toen appellante niet binnen de hersteltermijn de gevraagde gegevens aanleverde, trok het College de bijstand met terugwerkende kracht in.
Appellante maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat de hersteltermijn onredelijk kort was en dat zij de gegevens later alsnog had verstrekt bij een nieuwe aanvraag. De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens relevant waren en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij binnen de termijn concrete stappen had ondernomen om de stukken te verkrijgen. Ook had zij geen uitstel gevraagd.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was tot intrekking van de bijstand en dat het beroep ongegrond was. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.