ECLI:NL:CRVB:2010:BM9156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant, die een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit waarbij zijn uitkering werd verlaagd op grond van een nieuwe beoordeling van zijn beperkingen. Hij stelde dat zijn hand- en rugklachten onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat de functies die zijn resterende verdiencapaciteit bepaalden medisch gezien niet geschikt waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd. De Raad vond dat de beperkingen van appellant, waaronder een verminderde functie van de rechterhand en beperkte rugfunctie, adequaat waren verwerkt in de FML. De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd, waarbij rekening was gehouden met de beperkingen.
Appellants medische brieven over een operatie en klachten na de datum van belang boden onvoldoende aanleiding om het oordeel te herzien. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellant ongegrond.