ECLI:NL:CRVB:2010:BM9286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering bij re-integratieovereenkomst zonder arbeid
Betrokkene ontving vanaf 2005 bijstand en sloot in 2006 een arbeidsovereenkomst met P/flex B.V. voor re-integratie, waarbij hij uitsluitend sollicitatietraining en vacaturezoekactiviteiten verrichtte, zonder feitelijke arbeid. Na aanvraag van een WW-uitkering in 2008 werd deze aanvankelijk toegekend, maar later ingetrokken omdat betrokkene geen verzekeringsplichtige arbeid had verricht.
De rechtbank oordeelde dat er wel een arbeidsovereenkomst was gesloten, maar feitelijk geen uitvoering had plaatsgevonden, en vernietigde het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering. Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de overeenkomst niet gericht was op arbeid, maar op re-integratieactiviteiten.
De Raad overwoog dat voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking arbeid, gezag en loon vereist zijn, en dat de feitelijke uitvoering en bedoeling van partijen doorslaggevend zijn. Gezien de aard van de overeenkomst en de feitelijke activiteiten concludeerde de Raad dat er geen arbeidsovereenkomst was, maar een re-integratieovereenkomst gericht op uitstroom naar betaald werk.
Het beroep van appellant werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep tegen het besluit tot ontzegging van de WW-uitkering ongegrond verklaard. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat het besluit snel na toekenning werd herroepen zonder uitbetaling. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Betrokkene heeft geen recht op WW-uitkering omdat de overeenkomst niet gericht was op het verrichten van arbeid.