ECLI:NL:CRVB:2010:BM9744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K. Zeilemaker
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim bij Kadaster
Appellant, sinds 1973 in dienst van het Kadaster en wegens longaandoening beperkt inzetbaar, kreeg in 2006 een voorwaardelijke ontslagstraf opgelegd wegens plichtsverzuim. Na nieuwe incidenten en klachten over zijn gedrag legde de raad van bestuur hem een schorsing op, waarbij de voorwaardelijke ontslagstraf werd omgezet in direct ingaand strafontslag.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het eerdere besluit tot voorwaardelijk ontslag niet ontvankelijk was en dat de tenuitvoerlegging niet gerechtvaardigd was. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat de gedragingen van appellant als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat de raad van bestuur bevoegd was het strafontslag ten uitvoer te leggen en dat geen bijzondere omstandigheden waren die dit konden verhinderen. De Raad veroordeelde de raad van bestuur tot vergoeding van de proceskosten van appellant wegens een administratieve omissie bij de zittingsuitnodiging.
De uitspraak bevestigt het bestreden besluit met een verbeterde motivering en benadrukt dat bij tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk strafontslag vooral wordt beoordeeld of het plichtsverzuim de uitvoering rechtvaardigt, zonder ruimte voor een onevenredigheidstoets.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag bevestigd.