ECLI:NL:CRVB:2010:BM9883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overlijdensuitkering AOW wegens bloedverwantschap eerste graad
Appellant heeft een overlijdensuitkering aangevraagd na het overlijden van zijn moeder, met wie hij jarenlang samenwoonde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant geen recht had op de uitkering volgens artikel 18, eerste lid, onder a, van de AOW, aangezien bloedverwantschap in de eerste graad met zijn moeder uitsluit dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in artikel 1 van Pro de AOW.
De rechtbank Arnhem onderschreef dit standpunt en wees ook het verzoek van appellant af om een overlijdensuitkering toe te kennen. Appellant stelde tevens een verzoek tot schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de Centrale Raad van Beroep overwoog dat de redelijke termijn niet was overschreden omdat de procedure minder dan vier jaar in beslag had genomen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. de Mooij op 23 juni 2010.
Uitkomst: De aanvraag voor een overlijdensuitkering wordt afgewezen vanwege bloedverwantschap in de eerste graad en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt eveneens afgewezen.