ECLI:NL:CRVB:2010:BM9909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- T. Hoogenboom
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens verlies Nederlandse nationaliteit en procedurele termijnoverschrijding
Appellant, geboren in Nederland en later verhuisd naar Canada en de Verenigde Staten, vroeg een AOW-pensioen aan. Na verkrijging van de Canadese nationaliteit in 1995 verloor hij de Nederlandse nationaliteit, waardoor hij niet voldeed aan de voorwaarden van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en de VS voor een verhoogd pensioen.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) had aanvankelijk een verhoogd pensioen toegekend, maar herzag dit later en vorderde te veel betaalde bedragen terug. Appellant voerde bezwaar aan tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet onderdaan van de VS wilde zijn en dat de Svb onjuist had gehandeld. De Raad oordeelde dat appellant geen onderdaan was van een verdragsluitende partij en dat de Svb terecht het pensioen had herzien en teruggevorderd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen tot heropening van het onderzoek.
De Raad benadrukte dat de Svb het terugvorderen matigde vanwege het vertrouwensbeginsel en dat geen dringende redenen voor volledige kwijtschelding waren. De procedure duurde langer dan de redelijke termijn, waardoor nader onderzoek naar schadevergoeding wordt ingesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen en opent onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.