ECLI:NL:CRVB:2010:BM9962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over terugvordering Wajong-uitkering wegens inkomsten hennepkwekerij en elektriciteitskosten
Appellante ontving sinds 1998 een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat zij inkomsten had genoten uit een hennepkwekerij in de periode van 1 april 2003 tot 27 oktober 2003, waarop de uitkering werd stopgezet en onverschuldigd betaalde bedragen werden teruggevorderd. De rechtbank en eerdere uitspraken bevestigden de inkomsten van € 10.719,90, gebaseerd op één oogst, en hielden rekening met gemaakte kosten.
Appellante voerde aan dat zij geen inkomsten had en dat de elektriciteitskosten ten onrechte volledig of gedeeltelijk werden toegerekend. De Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte slechts de helft van de elektriciteitskosten (€ 2.370,28) in mindering had gebracht, terwijl het volledige bedrag van € 4.741,56 betaald was en deze kosten betrekking hadden op één oogst, conform de inkomstenberekening.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen waarbij het volledige bedrag aan elektriciteitskosten in mindering wordt gebracht, resulterend in netto inkomsten van € 5.978,34. Tevens moet het UWV de terugvordering nader vaststellen. Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen waarbij de volledige elektriciteitskosten in mindering worden gebracht op de inkomsten uit de hennepkwekerij.