ECLI:NL:CRVB:2010:BN0204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na arbeidsurenuitbreiding en hoorplichtschending
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd verhoogd op basis van uitgebreidere werkuren en toepassing van OSB-criteria. Het UWV had de uitkering met terugwerkende kracht aangepast en een terugvordering ingesteld.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de belastbaarheid van de geduide functies werd overschreden, met name vanwege gezondheidsklachten bij de functie productiemedewerker textiel. Tevens stelde appellant dat het UWV een tweede hoorzitting had moeten houden na wijzigingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door de bezwaarverzekeringsarts, en dat de herziening met terugwerkende kracht onterecht was.
De Raad oordeelde dat het UWV in strijd met artikel 7:9 Awb Pro handelde door appellant niet de mogelijkheid te bieden te reageren op de gewijzigde FML en het aanvullende arbeidskundig onderzoek. Desondanks werd de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt in te brengen. De medische en arbeidskundige grondslagen werden als zorgvuldig en afdoende gemotiveerd beoordeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de terugvordering ondanks schending van de hoorplicht.