ECLI:NL:CRVB:2010:BN0230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning volledige proceskostenvergoeding in Wajong-zaak
Appellante maakte bezwaar tegen een herziening van haar Wajong-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld op 25 tot 35%. Na een deskundigenonderzoek verhoogde het UWV dit percentage naar 80 tot 100%. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het beroep tegen het tweede besluit af.
In hoger beroep stond alleen de hoogte van de proceskostenvergoeding ter discussie. De Raad constateerde dat de rechtbank onvolledig had geoordeeld over de vergoeding van proceskosten, met name voor de schriftelijke zienswijze van appellante en de twee zittingen in de beroepsfase. De Raad kende daarom een aanvullende vergoeding toe, waardoor het totale bedrag op € 966,- kwam.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in hoger beroep van € 322,- en het betaalde griffierecht van € 110,-. De Raad stelde vast dat er geen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst een volledige proceskostenvergoeding van € 1.288,- toe aan appellante.