ECLI:NL:CRVB:2010:BN0243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, laatstelijk werkzaam als timmerman, werd de WIA-uitkering geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou bedragen. Het UWV baseerde dit op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en functieselectie die appellant niet meer in staat achtten zijn werk te verrichten, maar wel andere passende functies binnen de FML.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen onderschat waren en dat de FML verborgen beperkingen bevatte. Tevens betoogde hij dat de brief van 20 april 2009 van het UWV slechts een vervangende motivering was en geen nieuw besluit.
De Raad oordeelt dat de brief inderdaad geen nieuw besluit is, maar een gewijzigde motivering. De rechtbank had de brief ten onrechte als besluit aangemerkt. Hoewel de motivering onjuist was, blijven de rechtsgevolgen van het besluit van 26 mei 2008 in stand omdat de FML en functieselectie juist zijn. De Raad vernietigt daarom het besluit en verklaart het beroep gegrond, maar handhaaft de rechtsgevolgen.
Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van 26 mei 2008 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.