ECLI:NL:CRVB:2010:BN0633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep tegen beëindiging toeslag AOW-pensioen in Venezuela
Appellant, woonachtig in Venezuela, maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om de toeslag op zijn AOW-pensioen te beëindigen vanwege de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU). Hij stelde dat de vrijwillige verzekeringsovereenkomst niet eenzijdig gewijzigd kon worden en dat beëindiging in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EP).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Svb stelde een nieuw besluit vast waarin de toeslag in drie jaar werd afgebouwd, met volledige betaling in 2006, tweederde in 2007, een derde in 2008 en geen betaling vanaf 2009.
De Raad oordeelde dat de vrijwillige verzekering niet de verwachting schept dat het pensioen niet gewijzigd kan worden. Verder werd geoordeeld dat het AOW-pensioen als eigendom in de zin van artikel 1 EP Pro geldt, maar dat de Wet BEU een legitiem doel dient en de afbouwregeling proportioneel is. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het bestreden besluit werd gehandhaafd. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit tot afbouw van de toeslag op het AOW-pensioen blijft in stand.