ECLI:NL:CRVB:2010:BN0703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden appellante
Appellante ontving bijstand samen met haar toenmalige echtgenoot en werd door het College teruggevorderd voor kosten van bijstand over twee periodes. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij tijdens haar huwelijk te maken had met onderdrukking, geweld en bedreigingen, en dat zij niet profiteerde van de inkomsten van haar echtgenoot. Tevens stelde zij dat de invordering gevoelens van verdriet en frustratie oproept.
De Raad beoordeelde of het College in redelijkheid gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid tot terugvordering en of er dringende redenen waren om hiervan af te zien. Volgens het beleid van het College kan van terugvordering worden afgezien bij onaanvaardbare materiële of immateriële gevolgen. De Raad oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden vooral betrekking hadden op de huwelijksituatie en niet op de gevolgen van de terugvordering zelf. Er was geen medische verklaring of andere ondersteuning die ernstige psychische gevolgen aantoonde.
Daarmee concludeerde de Raad dat het College conform beleid had gehandeld en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van het terugvorderingsbeleid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten door het College en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.