ECLI:NL:CRVB:2010:BN1201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling overschrijding redelijke termijn
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering per 8 november 2004, waarbij het UWV aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd het besluit op bezwaar herzien tot een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat. Tevens stelde hij dat de aan het besluit ten grondslag gelegde functies zijn belastbaarheid te boven gingen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, mede gelet op informatie van de behandelend cardioloog en de beoordeling door bezwaarverzekeringsartsen. Er was geen noodzaak tot aanvullend medisch onderzoek. De arbeidskundige functies die ten grondslag lagen aan de beoordeling werden als passend beoordeeld, waarbij ook werd ingegaan op de bezwaren van appellant tegen specifieke functies.
Daarnaast werd vastgesteld dat de totale duur van de procedure, van bezwaar tot hoger beroep, circa vijf en een half jaar bedroeg, wat de redelijke termijn overschreed. Daarom werd het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over de door appellant gevraagde schadevergoeding wegens deze overschrijding, waarbij tevens de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 juli 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.