ECLI:NL:CRVB:2010:BN1272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling maatmaninkomen en WGA-uitkering na arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als senior accountmanager bij KPN BV en viel op 31 mei 2005 uit wegens whiplashklachten na een aanrijding. Na gedeeltelijke werkhervatting werd vastgesteld dat terugkeer in haar eigen werk niet mogelijk was. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellante vanaf 29 mei 2007 recht had op een WGA-uitkering in de klasse 55 tot 65%.
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar maatmaninkomen, omdat het UWV alleen de bonus over 2004 had meegenomen, terwijl zij meende dat ook de bonussen over 2003 en 2005 betrokken moesten worden met een herrekening naar een 32-urige werkweek en een heel jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de bonus over 2004 een reële afspiegeling was van het gebruikelijke inkomen direct vóór haar uitval, omdat dit het enige volledige kalenderjaar was waarin zij haar functie op reguliere wijze vervulde. De bonussen over 2003 en 2005 waren niet representatief vanwege een kortere werkweek en een garantieregeling. Daarom was het UWV niet onjuist geweest door alleen de bonus over 2004 mee te nemen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer op 14 juli 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht alleen de bonus over 2004 heeft meegenomen bij de vaststelling van het maatmaninkomen.